Champagne: bedreigingen in de wijngaard

Beginnende zonnebrand bij chardonnay in Oger.

 

Een wijnbouwer, dat is iemand die in de late ochtend over zijn wijngaard tuurt en vaststelt, dat de druifjes mooi groeien. Om zich daarna in de wijnkelder terug te trekken en de resultaten van vorige jaren uitgebreid te proeven.

Tenminste, dat wil de populaire legende. In werkelijkheid is wijn verbouwen een boerenstiel, met alle gevolgen vandien. Nergens wordt dat zo scherp als wanneer we de bedreigingen bekijken die de druivenplant teisteren.

We kunnen ze grosso modo in drie soorten verdelen, weliswaar wetend dat ze op elkaar in werken:

  • De klimatologische omstandigheden: met temperatuur en vocht als belangrijkste factoren
  • De voeding van de druif, waarbij de nodige voedingsstoffen de druivenplant op het juiste moment en in voldoende hoeveelheden moeten bereiken
  • De parasieten, schimmels en andere ongewenste profiteurs, die de druivenplant uitbuiten om er zelf voordeel bij te halen

Klimaat

Pol Roger, de grondlegger van het gelijknamige huis, lanceerde de boutade ‘we hebben twee voordelen in Champagne: slecht weer en slechte grond’. De brave man had zeker gelijk, maar het weer kan ook té slecht zijn.

Een belangrijke dreiging is voorjaarsvorst: wanneer de ontluikende scheutjes eind april, begin mei plots een koudevlaag over zich krijgen, herstellen ze daar niet meer van. Vooral chardonnay is gevoelig op dat punt. De oplossingen liggen voor de hand maar zijn bijzonder duur. De vroeger gangbare ‘chaufferettes’ waarin paraffine brandde tijdens de risiconachten, maken langzamerhand plaats voor warmtestralende LED-lampjes…

Nog in het voorjaar kunnen hagelstormen lelijk huishouden, die de plant fysiek schade toebrengen. En op het moment van de bloemvorming spelen coulure en millerandage een belangrijke rol. Oppervlakkig gezien lijken ze op elkaar, maar hun oorzaak is totaal verschillend. Het effect is echter gelijkaardig: de vruchtjes ontplooien zich niet tot mooie druiven, maar blijven harde speldekopjes.

Naarmate de zomer nadert en vordert, is het aantal uren zonnenschijn van groot belang voor de rijping van de druiven. In sommige jaren durft het daaraan wel eens mankeren. De druiven blijven dan onrijp, de wijn zal groenig en zuur smaken.

Omgekeerd komt het voor dat de druiven net te véél zon krijgen. In extreme omstandigheden, zoals in 2003, valt dan de groeicyclus van de druiven stil en krijg je merkwaardig genoeg ook onrijpe en groene druiven…

Blijft de temperatuur hoog maar binnen de perken, dan dreigt zonnebrand: de druiven die aan de zon zijn blootgesteld, verschroeien tot rozijnen. Mooie wijn maken met dergelijke druiven is moeilijk, om niet te zeggen onmogelijk.

Maar de hoofdzorg tijdens de rijping van de druiven is de combinatie van warmte en vocht tijdens de champagneherfst. In een droog jaar ligt echte meeldauw op de loer, in een vochtiger jaar valse meeldauw. Beide soorten schimmels tasten de druiven aan, tot op een punt dat ze onbruikbaar worden om nog champagne van te maken. Preventief behandelen is het enige dat helpt. Gelukkig zijn er hoe langer hoe meer voor de mens relatief onschadelijke producten verkrijgbaar.

Voeding

De juiste voeding verstrekken aan de druivenplant is een grotendeels gewonnen wedstrijd. Waar de wijnbouwer zich halverwege de vorige eeuw nog afvroeg, hoe het kwam dat zijn druiven gelige bladeren kregen, is dat voor de moderne wijnbouwer een opgelost raadsel. Coulure is nu goed begrepen en het kaliumgebrek wordt bestreden door de juiste meststoffen toe te dienen.

Toch blijft de juiste verzorging van de wijngaard een aandachtspunt, zeker als allerhande parasieten de wijnstok bedreigen, en hem zo bepaalde voedingsstoffen ontnemen.

Parasieten

Allerhande insecten, vogels, zoogdieren,… hebben het op de druif gemunt: de sappige scheuten, bekoorlijke blaadjes en verrukkelijke vruchten vormen een meer dan welkome prooi voor wie er zich mee weet te voeden.

Het schadelijkste insect is de phylloxera, dat vier stadia kent die elkaar flexibel kunnen aflossen waardoor het diertje ongemeen veel schade aan de wingerd kan toebrengen. Phylloxera sloeg begin vorige eeuw ongenadig toe en noopte de wijnbouwers ertoe, hun wijnstokken te enten op Amerikaanse resistente druiven. Enkele wijngaarden in de Champagne zijn nog altijd ‘franc pieds’ of ‘vieilles vignes françaises’, maar voor hoelang? Eén van de drie percelen behorende aan Bollinger ging alvast voor de bijl…

Behalve phylloxera zijn er nog een stuk of wat andere schadelijke diertjes die de wijnbouwer kopbrekens bezorgen. Sommige goed behandelbaar, andere nauwelijks:

  • Nematoden die virussen overbrengen: de ‘court-noué’ is daarvan de bekendste, met het bladrolvirus als voornaamste exponent. De bladeren krullen, kunnen daardoor de fotosynthese niet meer voltooien, en de druif blijft onrijp. De behandeling? De wijngaard rooien, wachten tot het virus uit de bodem verdwenen is, en herplanten met virusvrije stokken.
  • BDA of “Black Death Arm”: de Dood van de Zwarte Arm lijkt op een titel uit een avontuur van de Rode Ridder, maar voor wijnbouwers is het geen fictie. De ziekte veroorzaakt het afsterven van de wijnstok. Herplanten is de enige optie. Op dit thema zijn enkele variaties zoals het recent optredende esca: een ziekte die vooral het hout van de wijstok treft, met meestal dodelijke gevolgen.
  • Talloze motten en andere insecten die zich aan de wijnstok te goed doen. De oplossing hiervoor is te werken met ‘confusion sexuelle’: de mannetjes van de vlinder of mot in de war brengen met de geurstoffen van de vrouwelijke vlinder. Een nep-datingbureau voor vlinders, maar het lijkt te werken en het is nog milieuvriendelijk ook. Een groot nadeel lijkt te zijn dat je een conservatieve Franse wijnbouwer moet overtuigen van een aanpak die ogenschijnlijk wat weg heeft van het homohuwelijk… Ik verzin het niet.
  • Een recente bedreiging is die van de Japanse Kersenfruitvlieg. Het diertje steekt de (voornamelijk rijpe, blauwe) druiven aan, legt er haar eitjes, en voor je het weet heeft elke tros azijnsteek. Deze plaag lijkt champagne maar te treffen in de ‘normale’ jaren, want als het te koud is, overleeft de Kersenfruitvlieg niet en bij te hoge temperaturen, boven 30°, kan ze zich niet voortplanten.

Het is altijd iets…

Kortom: het is altijd iets. Te koud in het voorjaar? Dan bevriezen de bloesems en is er millerandage of slechte vruchtzetting. Te warm? Dan heb je misschien wel coulure. En risico op hoge impact wanneer daarna toch de vorst toeslaat.

Te veel warmte tijdens de rijping? De druivelaar kan ‘dichtslaan’, wat onrijpheid geeft, te rijp worden waardoor je acidideit mankeert. Of net bij te koud weer te onrijp blijven, met groenige aroma’s en té hoge aciditeit. Zit het weer dan weer perfect mee, dan slaat de Kersenfruitvlieg toe en speel je op die manier een goed deel van de oogst kwijt.

Verstandige wijnbouwers in Champagne kennen al deze gevaren en weten ze het hoofd te bieden. De samenwerking van meerdere generaties is hierbij cruciaal. Maar ook omgaan met nieuwe dreigingen, zoals de Kersenfruitvlieg, vergt energie, kunde en kennis. Het is een spel van ervaring en innovatie dat de wijnbouwers spelen, waarvan wij kunnen genieten.

Peter Doomen